Innovatie is evolutie of revolutie en je moet op basis daarvan goed kiezen wie je als stakeholders erbij wilt hebben. De energietransitie als evolutie bekijken mist het fundamentele punt, de grondstoffen van de energietransitie zijn niet schaars en worden niet verbruikt. Het is dus revolutie, en daar horen stakeholders niet bij die gebaat zijn bij het falen van de revolutie.
Het verschil tussen evolutie of revolutie in innovatie is, de eerste is voorspelbaarder in de markt, de tweede verandert de markt fundamenteel als deze succesvol is. Het is dus belangrijk om te checken of je organisatie klaar is om het onbekende te stappen of dat ze alleen maar voorspelbare projecten willen.
De eerste iPhone was een revolutie, de technische onderdelen waren allemaal bekend, maar deze allemaal in één multifunctioneel apparaat stoppen was een geslaagde gok en zette de markt op zijn kop. Tegenwoordig zijn nieuwe iPhones evolutie, meer van hetzelfde met steeds minder nieuwe functies, maar geen gok meer.
Energie halen uit hernieuwbare bronnen, met apparaten uit recyclebare materialen, maakt je na de aankoop onafhankelijk van de leverancier in plaats van gebonden zoals je bent aan benzine. Als je de grondstoffen niet meer verbrandt (zoals olie) en als je keuze hebt uit materialen, heb je ook geen kartels die de markt kunnen verstoren.
Het is volledig logisch dat de bijvoorbeeld oliebedrijven, die in schaarste dealen, dit niet zien zitten. Ze doen al 40 jaar niets anders dan de energietransitie te frustreren.
Je moet dus niet kijken naar diegenen die een innovatie zien als een bedreiging van hun business om deze innovatie te helpen pushen, ook al hebben ze er het geld voor. Ze zijn gebaat bij het falen van de revolutie. Dus het ene moment verstoren ze de markt door hun product ineens heel goedkoop te maken zodat de hernieuwbare markt verstoord wordt. De andere keer kondigen ze groot aan zelf in die markt te stappen om die keutel na twee jaar weer in te trekken, wanneer ze de investeringen in hun hernieuwbare concurrenten hebben verstoord.
Zelfs “binnen” het hernieuwbare kamp gebeurt dit. De batterijen waar de energietransitie op draait gebruiken het schaarse lithium. De batterijen op zout (waar de zee letterlijk van vol zit) begonnen net succesvol op de markt te komen en de prijs zou al snel ver onder die van lithium batterijen zitten. Nu is ineens de prijs van lithium gekelderd zodat startups in zout batterijen hun prijsvoordeel zien verdampen.
Ik zie dit ook bij andere innovaties, als je de fout maakt om partijen/mensen onderdeel en zelfs essentieel te maken van het succes van de innovatie, terwijl deze partijen zelf denken slechter te worden van de uitkomst. Als je dat doet dan weet je eigenlijk op voorhand al dat het zal falen. In het geval van de energietransitie, moet je de olie-industrie niet bij klimaatconferenties hebben.
In mijn werk als innovatie coach is stakeholder management een belangrijk onderdeel, maar ook juist stakeholder selectie. Dat laatste betekent wel tegen de stroom in gaan als het in die organisatie gebruikelijk is om iedereen die iemand is erbij te willen hebben.